Aanzegplicht: 1 dag maakt het verschil

De aanzegplicht… je bent er waarschijnlijk inmiddels wel aan gewend. Maar weet je ook dat er geen aanzegplicht geldt voor een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden? Zelfs niet als de overeenkomst slechts één dag korter duurt dan zes maanden. De Haagse rechter deed hier een uitspraak over. Benieuwd naar deze zaak? Lees dan gauw deze blog van onze arbeidsrechtjurist Dianne Sarican-van Hees.

Hoe zit het ook alweer met de aanzegplicht?
De wet verplicht een werkgever om een werknemer uiterlijk een maand, voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, schriftelijk te informeren over het al dan niet voorzetten van deze overeenkomst. Dit is de zogenoemde aanzegplicht. Als een werkgever deze verplichting niet nakomt, dan moet hij een aanzegvergoeding – ook wel de ‘aanzegboete’ – aan de werknemer betalen. Deze vergoeding is gelijk aan maximaal één bruto maandsalaris. Als de werkgever de aanzegplicht wel nakomt, maar niet tijdig, dan moet de werkgever een aanzegboete naar rato betalen. Voorbeeld: zegt de werkgever drie weken te laat aan, moet hij een boete betalen ter hoogte van het loon over drie weken. De aanzegplicht geldt niet voor een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden.

Wat gebeurde er in de zaak van de Haagse rechter?
De werkneemster werkte sinds 18 juli 2017 bij de Tandheelkundige Praktijk Belgisch Park B.V. (hierna: ‘praktijk’). Zij had een contract voor bepaalde tijd tot 31 januari 2018. Op 30 januari 2018 ondertekenden partijen een verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, van 31 januari 2018 tot en met 30 juli 2018. Partijen sloten de arbeidsovereenkomst dus voor de duur van zes maanden min één dag.

In de verlenging stond dat de arbeidsovereenkomst niet stilzwijgend verlengd werd, tenzij werkgever de verlenging vooraf expliciet schriftelijk aan de werknemer meldde.

Een collega stuurde op 27 juli 2018 (dus een paar dagen voor het aflopen van de overeenkomst) de volgende e-mail naar de werknemer: “Je hebt vakantie van 01-08-2018 t/m 19-08-2018, Maandag 20-08-2018 om 11:00 je heb functioneringsgesprek met kliniek manager. Voor je nieuwe contract ”. Tijdens de vakantie van de werknemer liet de werkgever weten dat hij de arbeidsovereenkomst van de werknemer niet verlengde.

De werknemer ging hier niet mee akkoord, en vorderde betaling van loon vanaf 1 augustus 2018 en wedertewerkstelling. Daarnaast vorderde ze een aanzegvergoeding ter hoogte van één maandsalaris.

Wat vond de rechter van de stellingen van partijen?
Zoals aangegeven was de arbeidsovereenkomst verlengd door de duur van zes maanden min één dag. Voor arbeidsovereenkomsten korter dan zes maanden geldt geen aanzegverplichting. Omdat de werknemer een arbeidsovereenkomst voor een periode korter dan zes maanden had, gold voor de praktijk dus geen aanzegverplichting. De rechter wees de vordering tot betaling van de aanzegvergoeding daarom af.

Verder waren werknemer en de praktijk het niet eens over de vraag of de arbeidsovereenkomst na 30 juli 2018 was verlengd. Volgens de werknemer had de praktijk begin juli toegezegd dat haar contract verlengd zou worden. Ook stelde de werknemer dat de praktijk haar een schriftelijk aanbod deed voor een verlenging. De werknemer wilde het aanbod eerst bestuderen voordat zij het zou ondertekenen. De Haagse rechter maakte hier korte metten mee. Hij oordeelde dat uit de stellingen van de werknemer – die de praktijk overigens weersprak – mogelijk bleek dat de werkgever een aanbod tot verlenging deed, maar niet dat de werknemer dat aanbod voor haar vakantie aanvaardde. Omdat de werknemer het aanbod nog niet had aanvaard, kon de werkgever hierop terugkomen.

Als laatste poging om gelijk te krijgen deed de werknemer een beroep op de verleende toestemming voor haar vakantie van 1 tot en met 19 augustus 2018. Daarnaast zei de werknemer dat zij op 31 juli 2018 was ingeroosterd. Dit impliceerde volgens de werknemer dat er wel een verlenging van haar arbeidsovereenkomst was na 30 juli 2018. De praktijk gaf aan dat zij destijds verwachtte dat zij de arbeidsovereenkomst zou verlengen, waardoor zij het vakantieverzoek van de werknemer goedkeurde. Daarnaast stelde de praktijk dat het rooster was gecorrigeerd. De werknemer stond niet (meer) in het gecorrigeerde rooster. Dit bleek ook uit een e-mail van 29 juli 2019 die de praktijk liet zien aan de rechter.

De rechter vond dan ook dat uit de verleende toestemming voor de vakantie, en uit het gecorrigeerde rooster, niet kon worden afgeleid dat partijen de arbeidsovereenkomst na 30 juli 2018 feitelijk voortzetten. De rechter wees de vorderingen van de werknemer af.

Conclusie
De aanzegplicht geldt niet voor een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden. Ook niet als de arbeidsovereenkomst slechts één dag korter duurt dan zes maanden. Je kunt de aanzegplicht en aanzegboete dus ‘omzeilen’ door een arbeidsovereenkomst van één dag korter dan zes maanden af te spreken. Erg netjes is het niet. Voor beide partijen is het fijn om van te voren zekerheid te hebben over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.  Bovendien is dit ook beter voor de onderlinge verstandhouding, mocht je de arbeidsovereenkomst willen verlengen. Je doet er daarom verstandig aan om tijdig aan te zeggen.

Klik hier voor de uitspraak.

Zit jij met een geschil over de aanzegplicht of aanzegboete? Wil je hulp bij het aanzeggen? Of heb je vragen naar aanleiding van dit artikel of over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail saricanvanhees@legalmatters.com of telefonisch 088 – 628 388. Ik help je graag verder!

Dianne Sarican

Mis niets meer, ontvang wekelijks het laatste juridische nieuws!

#4, Vakblad Aannemer, waarschuwingsplicht

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | april 30, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

Bruidspaar schrikt tijdens huwelijksdiner van schenken 0.0-bier

Bruidspaar schrikt tijdens huwelijksdiner van schenken 0.0-bier

Door Babette van de Venne | april 17, 2019

De uitbater van restaurant de IJ-kantine daagde een bruidspaar voor de rechter, omdat zij hun huwelijksdiner niet betaalden. Het restaurant verzorgde het hele huwelijksdiner voor het bruidspaar en haar tweehonderd gasten. Toch weigerde het bruidspaar de eindfactuur te betalen, omdat het restaurant haar afspraken uit de overeenkomst niet zou zijn nagekomen. Het paar vorderde daarom…

‘Er blijft weinig van de eerste etage van de woning over’ voldoende waarschuwing

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | maart 4, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen een waardevolle toevoeging

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen: een waardevolle toevoeging?

Door Babette van de Venne | januari 30, 2019

Anno 2019 is het geheimhouden van bedrijfsinformatie een stuk ingewikkelder en complexer dan voorheen. Werknemers stappen vaker over naar een andere werkgever of ze beginnen voor zichzelf. Het komt dan ook met enige regelmaat voor dat een (oud-)werknemer vertrouwelijke informatie kopieert en lekt aan die nieuwe werkgever of aan de concurrent. Daarnaast speelt de digitalisering…