Is jouw concurrentiebeding wel op maat gemaakt?

Tot een aantal jaar geleden was de jurisprudentie over het concurrentiebeding vrij duidelijk: heb je een non-concurrentiebeding afgesproken met je werknemer, dan heeft hij zich hier gewoon aan te houden. Tegenwoordig is het niet meer zo simpel.  Een concurrentiebeding is nu echt maatwerk, dat blijkt wel uit een drietal uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 6 februari 2019. Onze arbeidsrechtjurist Léonie Rodenburg geeft je een update.

Concurrentiebeding te algemeen
De wet bepaalt dat een concurrentiebeding nietig is, als deze staat in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hierop kan slechts een uitzondering worden gemaakt als uit de schriftelijke motivering bij het beding blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

In de eerste zaak die de rechtbank Midden-Nederland behandelde ging het om een concurrentiebeding in een tijdelijk contract van negen maanden. Het beding verbood de sales manager om binnen een jaar na einde van het dienstverband in dienst te treden bij een concurrent. De werkgever onderbouwde uitgebreid dat het beding noodzakelijk was vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen. De werknemer zou in zijn functie namelijk toegang hebben tot concurrentiegevoelige informatie. Het dienstverband eindigde na negen maanden van rechtswege vanwege bedrijfseconomische redenen, en de sales manager trad in dienst bij een concurrent.

De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding niet rechtsgeldig is. Hoewel het concurrentiebeding uitgebreid gemotiveerd was, vindt de kantonrechter de motivering te algemeen. Daarnaast bleek de werkgever precies hetzelfde concurrentiebeding voor iedere sales manager binnen het bedrijf te gebruiken. Volgens de kantonrechter moet de werkgever duidelijk en concreet vermelden om welke, specifiek door deze werknemer te verwerven bedrijfsinformatie, kennis en ervaring het gaat, waarmee hij het bedrijf in gevaar kan brengen en waardoor een concurrentiebeding absoluut noodzakelijk is.

Bedrijfsdebiet vs. vrije arbeidskeuze
De werknemer in deze situatie was na een stageperiode van acht maanden slechts vijf maanden in dienst van de werkgever. Werkgever detacheert hoog opgeleid ICT-personeel en ging een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan met de werknemer. In de arbeidsovereenkomst stond een concurrentiebeding met daarin een boete. De werknemer zegde de arbeidsovereenkomst zelf op en trad in dienst bij een concurrent.

De kantonrechter maakt een belangenafweging tussen de belangen van de werkgever en de belangen van de werknemer. Aan de kant van de werkgever gaat het daarbij om bescherming van het bedrijfsdebiet. De vraag die daarbij beantwoord moet worden, is of de werknemer kennis van bedrijfsgeheimen of contacten met klanten heeft, waardoor er terechte vrees bestaat dat het bedrijfsdebiet in gevaar komt. Aan de kant van de werknemer gaat het om bescherming van zijn grondwettelijke recht op vrije arbeidskeuze.

De kantonrechter is van mening dat de werkgever niet in haar bedrijfsdebiet wordt aangetast op een dusdanige wijze dat deze bescherming verdient. De werknemer was een schoolverlater, had nauwelijks interne trainingen gevolgd, is nooit gedetacheerd geweest en is nooit aan klanten ter beschikking gesteld. Werkgever maakte daarnaast niet aannemelijk dat werknemer tijdens het korte dienstverband bedrijfsgeheimen te weten kwam waarmee hij de werkgever kan schaden. De rechter vindt het dan ook onredelijk dat de werknemer aan het concurrentiebeding wordt gehouden.

Concurrentievoordeel
In deze laatste zaak traden meerdere werknemers in dienst bij een concurrent. De werkgever deed een beroep op het concurrentiebeding uit het vaste contract dat zij overeenkwam met alle werknemers. Zij vorderde dat de werknemers het werk bij de concurrent staakten, en eiste daarnaast dat de boete behorend bij het concurrentiebeding werd voldaan.

De kantonrechter stelt dat vaststaat dat de werknemers in dienst zijn getreden bij een concurrent. Maar het enkele feit dat de werknemers in dienst zijn getreden bij een concurrent, maakt niet dat zij het concurrentiebeding overtreden, aldus de kantonrechter. Pas wanneer er een reële kans is dat de werknemer in zijn nieuwe functie bij zijn nieuwe werkgever zijn ex-werkgever oneerlijke concurrentie aandoet, kan een beroep worden gedaan op het non-concurrentiebeding. Hierbij moet de ex-werkgever dan ook bewijzen dat de werknemer de bij zijn ex-werkgever opgedane kennis van bedrijfsgeheimen en opgebouwde klantcontacten gebruikt ten behoeve van zijn nieuwe werkgever én dat dit tot concurrentievoordeel leidt voor de nieuwe werkgever. Het non-concurrentiebeding mag het recht op persoonlijke ontplooiing van de werknemer niet aantasten.

De bewijslast ligt volgens de kantonrechter bij de werkgever. In deze zaak is de betreffende werkgever niet geslaagd in het bewijzen van zijn stellingen.

Conclusie
Daar waar het in het verleden voldoende was om een beroep te doen om een concurrentiebeding en de boete, door het simpele feit dat een ex-werknemer ging werken bij een concurrent, bevestigen deze uitspraken dat dit niet langer het geval is. Een op maat gemaakt concurrentiebeding in een bepaalde tijd overeenkomst blijft van groot belang. Maar let wel: ook in een overeenkomst voor onbepaalde tijd lijkt dit belang steeds groter te worden.

Heb jij hulp nodig bij het opstellen van een concurrentiebeding? Heb je een geschil met een werknemer over een concurrentiebeding? Of heb je vragen over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail rodenburg@legalmatters.com of telefonisch 088 – 6288 388. Ik help je graag verder!

Leonie Rodenburg

Mis niets meer, ontvang wekelijks het laatste juridische nieuws!

Waarom Capri Sun haar vormmerk kwijtraakte

Waarom Capri Sun haar vormmerk kwijtraakte. Vrijbrief om de nietigheid van haar modelregistraties in te roepen?

Door Roos Sibbes | juli 31, 2019

Capri Sun, producent van kinderdrankjes in de bekende sta-zakjes, raakt haar vormmerk kwijt. Wat betekent dat in de praktijk?   Wat speelde zich af? Capri Sun Ag (hierna: Capri Sun) brengt kindervruchtensappen in de bekende ‘sta-zakjes’ op de markt onder het merk CAPRI SUN. Capri Sun heeft in 1997 een Internationale aanvraag voor een vormmerk…

Intersnack kraakt een harde noot met het merkrecht op Tijgernootjes

Intersnack kraakt een harde noot met het merkrecht op Tijgernootjes

Door Bodil Koppejan | juli 10, 2019

Iedereen kent de lekkernij wel van een feestje of van een gezellig avondje op de bank: het Tijgernootje. Sinds 1993 produceert en verhandelt Frito-Lay, eigenaar van Duyvis, de welbekende pinda waarvan de buitenste laag twee verschillende kleuren heeft waardoor er een tijgerpatroon ontstaat. Onlangs boog de rechtbank Gelderland zich over een zaak waarin het uiterlijk…

Koop is koop

De man met de hamer: koop is koop!

Door Babette van de Venne | juli 17, 2019

Op grond van de wet moet aan twee ‘simpele’ vereisten worden voldaan om een rechtsgeldige overeenkomst tot stand te laten komen. Er moet sprake zijn van een aanbod en van de aanvaarding van dat aanbod. Dit klinkt heel simpel, maar vaak ligt het toch iets genuanceerder dan dat. Een goed voorbeeld hiervan is de zaak…

#4, Vakblad Aannemer, waarschuwingsplicht

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | april 30, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…