Een bedrogen bruid?

Wanneer partijen een overeenkomst aangaan, bestaan er over en weer verplichtingen. Voor een geldige overeenkomst moeten de wil en verklaring van beide partijen met elkaar overeenstemmen. Maar er kunnen zich situaties voordoen waarin je geen behoefte meer hebt aan de afspraken met de ander. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een overeenkomst onder invloed van een zogenaamd wilsgebrek tot stand is gekomen. Dit is wat een vrouw eind 2018 aan de rechtbank Amsterdam voorlegt wanneer zij allerminst tevreden is over de bruidsjurk die speciaal voor haar wordt gemaakt. De rechter buigt zich over de vraag of de overeenkomst tussen koopster en verkoopster kan worden vernietigd op grond van het wilsgebrek ‘bedrog’.

Hoe zat het ook alweer?
Er is sprake van een wilsgebrek als de wil tot het aangaan van een overeenkomst op onjuiste wijze is gevormd. Het Nederlandse recht kent vier wilsgebreken die mogelijk een grond vormen voor vernietiging van de overeenkomst: dwaling, bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden. Een geslaagd beroep op één van de wilsgebreken wordt niet snel toegekend. Wij richten ons hierna  op het wilsgebrek bedrog.

Voor een geslaagd beroep op bedrog moet vast komen te staan dat opzettelijk onjuiste mededelingen zijn gedaan, of opzettelijk feiten zijn verzwegen, die wel hadden moeten worden medegedeeld. Kan opzet worden aangetoond, dan moet vervolgens worden onderbouwd dat de overeenkomst zonder de aanwezigheid van de onjuiste mededelingen en/of verzwegen informatie niet was gesloten. Je begrijpt dat dit niet gemakkelijk is.

Niet iedere opzettelijk gedane onjuiste mededeling levert bedrog op. Aanprijzingen in algemene bewoordingen –  ook al zijn deze onwaar – leveren namelijk op zichzelf geen bedrop op en zijn daarom toegestaan. Denk bijvoorbeeld aan enige vorm van overdrijven in advertenties, zoals ‘de goedkoopste in het gebruik’ en ‘de beste kwaliteit’.

De bruidsjurk
In de casus waarover de rechtbank Amsterdam eind vorig jaar moest beslissen, liet koopster bij de winkel van verkoopster voor een bedrag van € 1.150,- een bruidsjurk maken. Voordat koopster tot de koop overgaat bekijkt zij de website van verkoopster. Daar ziet zij onder meer de volgende teksten staan: “De bruidsjurk wordt helemaal met de hand op maat gemaakt in ons atelier! We kunnen jouw trouwjurk daarom voor je maken in alle maten, kleuren en stoffen” en “We werken samen met een gespecialiseerd atelier die de trouwjurk helemaal voor jou op maat en naar wens maakt”.

Op grond van bovenstaande uitspraken gaat koopster ervan uit dat haar bruidsjurk in een Nederlands atelier met de hand op maat wordt gemaakt. Maar wanneer koopster de jurk in haar bezit krijgt, is zij niet tevreden over het resultaat en klaagt zij bij verkoopster over de kwaliteit van de jurk. Koopster schakelt externe kleermakers in die haar gevoel bevestigen: volgens de kleermakers gaat het niet om een met de hand op maat gemaakte jurk, maar om een jurk die met standaardmaten is geproduceerd. Daarnaast zou deze productie niet in Nederland, maar in China plaatsvinden. Koopster is van mening dat er sprake is geweest van bedrog bij het sluiten van de koopovereenkomst, en doet daarom een beroep op vernietiging van de overeenkomst.

Wat vindt de rechter?
De rechtbank Amsterdam oordeelt dat niet is gebleken dat verkoopster feiten heeft verzwegen die zij verplicht was mede te delen, of dat zij koopster op een andere manier heeft bewogen de koopovereenkomst aan te gaan. Koopster kon uit de tekst “ons atelier” niet de conclusie trekken dat het gaat om een eigen atelier van verkoopster in Nederland. De rechtbank is daarnaast van mening dat koopster onvoldoende feiten en/of omstandigheden aanvoerde waaruit blijkt dat de trouwjurk niet met de hand op maat is gemaakt. De enkele (niet onderbouwde) stelling van de ingeschakelde kleermakers, acht de rechtbank hiervoor niet voldoende. Kortom: er komt niet vast te staan dat sprake is van een opzettelijk onjuiste mededeling van de verkoopster. Een beroep op bedrog kan daarom ook niet slagen.

Wat kun je hiervan leren?
Wij raden af om bij het verkopen van een product met opzet onjuiste mededelingen te doen of feiten te verzwijgen. Je wilt namelijk niet dat een andere partij achteraf de overeenkomst vernietigt. Een beetje overdrijven mag best, maar je moet het niet te bont maken. Uiteindelijk ben je dan alleen maar verder van huis, omdat je bijvoorbeeld juridische hulp moet inschakelen. Oppassen geblazen dus!

Klik hier voor de uitspraak.

Doet jouw contractspartij een beroep op ‘bedrog’? Ben jij van mening dat iemand met opzet een onjuiste mededeling heeft gedaan? Of heb je vragen over dit artikel, of over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail dobbelaar@legalmatters.com of telefonisch 088 – 6288 388. Ik help je graag verder!

Meike Dobbelaar

Mis niets meer, ontvang wekelijks het laatste juridische nieuws!

‘Er blijft weinig van de eerste etage van de woning over’ voldoende waarschuwing

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | maart 4, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen een waardevolle toevoeging

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen: een waardevolle toevoeging?

Door Babette van de Venne | januari 30, 2019

Anno 2019 is het geheimhouden van bedrijfsinformatie een stuk ingewikkelder en complexer dan voorheen. Werknemers stappen vaker over naar een andere werkgever of ze beginnen voor zichzelf. Het komt dan ook met enige regelmaat voor dat een (oud-)werknemer vertrouwelijke informatie kopieert en lekt aan die nieuwe werkgever of aan de concurrent. Daarnaast speelt de digitalisering…

Een bedrogen bruid

Een bedrogen bruid?

Door Meike Dobbelaar | februari 27, 2019

Wanneer partijen een overeenkomst aangaan, bestaan er over en weer verplichtingen. Voor een geldige overeenkomst moeten de wil en verklaring van beide partijen met elkaar overeenstemmen. Maar er kunnen zich situaties voordoen waarin je geen behoefte meer hebt aan de afspraken met de ander. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een overeenkomst onder invloed van een zogenaamd…

De Wet Affectieschade 4 vragen en antwoorden

De Wet Affectieschade: 4 vragen en antwoorden

Door Meike Dobbelaar | januari 23, 2019

Affectieschade: wat is het eigenlijk? Affectieschade is de immateriële schade die iemand lijdt doordat een persoon – waarmee men een affectieve band heeft – door toedoen van een ander ernstig gewond raakt of overlijdt. Deze immateriële schade kan bestaan uit leed, verdriet of gederfde levensvreugde. Met ingang van 1 januari 2019 zijn de artikelen 6:107…