Het retentierecht: de feiten op een rijtje

Hopelijk is het niet aan de orde van de dag, maar het komt bij jou als ondernemer vast wel eens voor dat een andere partij niet betaalt. Hoe los je dit nu op? Een mogelijke manier is het uitoefenen van het zogenaamde ‘retentierecht’. Wat dit precies is en welke stappen genomen moeten worden, legt onze jurist civiel recht Michel Zaaijer uit.

Retentierecht in het kort
Bij het retentierecht staan twee verplichtingen tegenover elkaar: de ene partij heeft recht op de betaling die verband houdt met een (onroerende) zaak. En de andere partij heeft recht op afgifte van die zaak. Denk bijvoorbeeld aan de aannemer of de garagehouder die werkzaamheden verricht, en (grotendeels) niet betaald wordt. Het retentierecht kan in deze gevallen een sterk instrument bieden om het geldbedrag toch te ontvangen. Als het retentierecht wordt toegepast, dan hoeft de aannemer het bouwwerk niet op te leveren –  feitelijk ter beschikking te stellen – aangezien de opdrachtgever de kosten voor de werkzaamheden (nog) niet voldoet. En de garagehouder hoeft de gerepareerde auto niet af te geven aan de eigenaar totdat deze de reparatiekosten betaalt. Maar uiteraard gaat dat niet zomaar.

Feitelijke macht uitoefenen – hekken plaatsen
Om het retentierecht in de praktijk te laten slagen moet de aannemer of garagehouder stipt te werk gaan. Het object (het bouwwerk of de auto) moet letterlijk uit handen zijn van de opdrachtgever of de eigenaar. De wet bepaalt dat de aannemer of de garagehouder de feitelijke macht moet uitoefenen over het object. Dit kan door hekken te plaatsen rondom het bouwwerk. Of de auto op een afgesloten terrein te laten staan zolang het retentierecht bestaat.

Daar staat tegenover dat de aannemer of de garagehouder verplichting is naar redelijkheid goed voor het object te zorgen. Deze verplichting eindigt pas zodra de eigenaar feitelijk weer over het object beschikt.

Verder is het belangrijk dat er voldoende samenhang is tussen de verplichting tot afgifte van de (onroerende) zaak en de bestaande vordering. Wat niet kan, is het retentierecht toepassen op een oudere (openstaande) vordering.

Derden – mededelen uitoefening retentierecht
Het inroepen van het retentierecht heeft verstrekkende gevolgen. Het retentierecht kan zelfs derden raken. Dit kan alleen als het voor derden duidelijk is dat het retentierecht ook echt is ingeroepen en voortdurend wordt uitgeoefend. Bijvoorbeeld een bank die een hypotheekrecht houdt op het bouwwerk. Dat gebeurt doorgaans door het plaatsen van niet te missen borden, waarop staat dat de aannemer het retentierecht uitoefent.

Een ander vereiste hierbij is dat de vordering van de aannemer, met betrekking tot de (onroerende) zaak, voortvloeit uit een overeenkomst met een bevoegde opdrachtgever. Als de aannemer geen reden had om aan de bevoegdheid van de opdrachtgever te twijfelen is er (ook) niks aan de hand.

Faillissement
Wat als degene die niet betaalt failliet gaat, terwijl het retentierecht op de (onroerende) zaak op juiste wijze is ingeroepen en uitgeoefend? De wet laat zien dat het retentierecht bij faillissement in stand blijft. Wel moet de aannemer of de garagehouder de vordering bij de curator indienen. De curator kan op zijn beurt de (onroerende) zaak opeisen en verkopen, of de vordering van de aannemer of de garagehouder in het belang van de boedel voldoen. Als de curator de (onroerende) zaak opeist en verkoopt, geldt dat de aannemer of de garagehouder zijn vordering uit de opbrengst met voorrang kan verhalen.

Kortom: met succes inroepen van het retentierecht moet afhankelijk van de situatie secuur gebeuren. Pas dan kan de vordering (zelfs) met voorrang worden verhaald op degene die de kosten voor een prestatie niet voldoet. Van plan om het retentierecht uit te oefenen? Dan is een goede beoordeling op de rechtsgeldigheid hiervan belangrijk.

Betaalt jouw opdrachtgever niet? Wil jij het retentierecht toepassen? Of heb je vragen over dit artikel, of over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail zaaijer@legalmatters.com of telefonisch 088 – 6288 388. Ik help je graag verder!

Michel Zaaijer

Mis niets meer, ontvang wekelijks het laatste juridische nieuws!

Intersnack kraakt een harde noot met het merkrecht op Tijgernootjes

Intersnack kraakt een harde noot met het merkrecht op Tijgernootjes

Door Bodil Koppejan | juli 10, 2019

Iedereen kent de lekkernij wel van een feestje of van een gezellig avondje op de bank: het Tijgernootje. Sinds 1993 produceert en verhandelt Frito-Lay, eigenaar van Duyvis, de welbekende pinda waarvan de buitenste laag twee verschillende kleuren heeft waardoor er een tijgerpatroon ontstaat. Onlangs boog de rechtbank Gelderland zich over een zaak waarin het uiterlijk…

Koop is koop

De man met de hamer: koop is koop!

Door Babette van de Venne | juli 17, 2019

Op grond van de wet moet aan twee ‘simpele’ vereisten worden voldaan om een rechtsgeldige overeenkomst tot stand te laten komen. Er moet sprake zijn van een aanbod en van de aanvaarding van dat aanbod. Dit klinkt heel simpel, maar vaak ligt het toch iets genuanceerder dan dat. Een goed voorbeeld hiervan is de zaak…

#4, Vakblad Aannemer, waarschuwingsplicht

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | april 30, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

Bruidspaar schrikt tijdens huwelijksdiner van schenken 0.0-bier

Bruidspaar schrikt tijdens huwelijksdiner van schenken 0.0-bier

Door Babette van de Venne | april 17, 2019

De uitbater van restaurant de IJ-kantine daagde een bruidspaar voor de rechter, omdat zij hun huwelijksdiner niet betaalden. Het restaurant verzorgde het hele huwelijksdiner voor het bruidspaar en haar tweehonderd gasten. Toch weigerde het bruidspaar de eindfactuur te betalen, omdat het restaurant haar afspraken uit de overeenkomst niet zou zijn nagekomen. Het paar vorderde daarom…