Hoge Raad: géén doorbetaling loon na ontslag op staande voet!

Bij een ontslag staande voet eindigt de arbeidsovereenkomst per direct en staakt de werkgever direct de loonbetaling. Vaak legt de werknemer zich hier niet bij neer, aangezien hij geen aanspraak maakt op een uitkering. Als het tot een procedure komt beoordeelt de kantonrechter, en eventueel vervolgens ook het gerechtshof, achteraf of het ontslag terecht gegeven is en of er over een (soms lange) periode alsnog loon moet worden betaald. Afgelopen maand velde de Hoge Raad een interessant oordeel over de loondoorbetalingsplicht bij ontslag op staande voet. Onze arbeidsrechtjurist Jolien Mooij legt uit.

Dringende reden
Aanleiding was een werknemer van een boekdrukkerij die op staande voet werd ontslagen wegens diefstal. Alle medewerkers van de boekdrukkerij mochten per jaar een bepaald aantal boeken mee naar huis nemen, mits de leidinggevende hiervoor toestemming gaf. Deze toestemming moest blijken uit een stempel en handtekening van de leidinggevende in het boek. De betreffende werknemer had drie boeken in zijn auto, die niet waren voorzien van een stempel en handtekening. De werkgever ontsloeg de werknemer daarom per 7 oktober 2015 op staande voet.

Beoordeling
In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter dat er geen sprake was van een dringende reden. De kantonrechter vernietigde het ontslag, verklaarde voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet was beëindigd en veroordeelde de werkgever tot doorbetaling van loon vanaf 7 oktober 2015.

De werkgever stelde vervolgens hoger beroep in. In deze procedure heeft hij het hof ervan overtuigd dat de werknemer de boeken zonder toestemming wegnam, en dat er dus een dringende reden voor ontslag was. Op 30 mei 2017 gaf het hof haar eindoordeel. Zij bepaalde dat de arbeidsovereenkomst alsnog per 31 mei 2017 eindigde en verklaarde voor recht dat de werknemer over de periode van 7 oktober 2017 tot 31 mei 2017 geen aanspraak maakte op loon.

Conform de wet stelde het hof de einddatum vast op 31 mei 2017. Volgens de wetgeschiedenis moet dit namelijk een toekomstig tijdstip zijn, het tijdstip mag niet voor de datum van de uitspraak liggen. Over het loon oordeelde het hof dat dit niet verschuldigd is, nu de hoofdregel luidt ‘geen arbeid, geen loon’ en er geen sprake is van een uitzonderingssituatie waarin het werk niet is verricht om redenen die voor rekening van de werkgever komen.

De Hoge Raad boog zich vervolgens over dit laatste. In cassatie draaide het dus om de vraag of het hof de werknemer zijn volledige loonaanspraak mocht ontzeggen.

Arbeidsovereenkomst bestaat nog, geen loon
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de wet in deze situatie zo mocht toepassen. Hoewel de arbeidsovereenkomst in deze situatie dus tussen 7 oktober 2015 en 31 mei 2017 wel degelijk bestond, maakte de werknemer over die periode dus geen aanspraak op loon.

Dit oordeel is opmerkelijk, nu de rechtspraak en literatuur verdeeld waren over deze kwestie.  De gedachte was dat, hoewel soms onbevredigend, het loon doorbetaald moest worden tot aan het door de rechter vastgestelde tijdstip van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, en slechts de mogelijkheid bestond om het loon te matigen. Ook de conclusie van de advocaat-generaal  had die strekking.

Voorgaande betekent dat het voor werkgevers loont om in een dergelijke procedure een beroep te doen op de hoofdregel ‘geen arbeid, geen loon’.  Vervolgens kan de werknemer een beroep doen op de uitzonderingssituatie (de arbeid is niet verricht om redenen die voor rekening van de werkgever komen, daarom wel recht op loon). Er kunnen omstandigheden zijn waaronder de werknemer zich daarop met succes kan beroepen, maar het is dan wel aan de werknemer om aan te tonen dat van die omstandigheden sprake is.

Klik hier voor de uitspraak.

Heb jij vragen over ontslag op staande voet? Weet je niet of je in zo’n situatie loon moet doorbetalen? Of heb je vragen naar aanleiding van dit artikel of over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail mooij@legalmatters.com of telefonisch 088 – 6288 388. Ik help je graag verder!

Jolien Mooij

Mis niets meer, ontvang wekelijks het laatste juridische nieuws!

‘Er blijft weinig van de eerste etage van de woning over’ voldoende waarschuwing

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | maart 4, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen een waardevolle toevoeging

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen: een waardevolle toevoeging?

Door Babette van de Venne | januari 30, 2019

Anno 2019 is het geheimhouden van bedrijfsinformatie een stuk ingewikkelder en complexer dan voorheen. Werknemers stappen vaker over naar een andere werkgever of ze beginnen voor zichzelf. Het komt dan ook met enige regelmaat voor dat een (oud-)werknemer vertrouwelijke informatie kopieert en lekt aan die nieuwe werkgever of aan de concurrent. Daarnaast speelt de digitalisering…

Een bedrogen bruid

Een bedrogen bruid?

Door Meike Dobbelaar | februari 27, 2019

Wanneer partijen een overeenkomst aangaan, bestaan er over en weer verplichtingen. Voor een geldige overeenkomst moeten de wil en verklaring van beide partijen met elkaar overeenstemmen. Maar er kunnen zich situaties voordoen waarin je geen behoefte meer hebt aan de afspraken met de ander. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een overeenkomst onder invloed van een zogenaamd…

De Wet Affectieschade 4 vragen en antwoorden

De Wet Affectieschade: 4 vragen en antwoorden

Door Meike Dobbelaar | januari 23, 2019

Affectieschade: wat is het eigenlijk? Affectieschade is de immateriële schade die iemand lijdt doordat een persoon – waarmee men een affectieve band heeft – door toedoen van een ander ernstig gewond raakt of overlijdt. Deze immateriële schade kan bestaan uit leed, verdriet of gederfde levensvreugde. Met ingang van 1 januari 2019 zijn de artikelen 6:107…