Het concurrentiebeding: onderschat het niet!

Veel werkgevers en vooral werknemers onderschatten het concurrentiebeding, omdat zij denken dat het beding bij de rechter toch niet in stand blijft. Niets is minder waar, blijkt maar weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Onze arbeidsrechtjurist Dianne Sarican – van Hees legt uit.

Het concurrentiebeding: even opfrissen
Een concurrentiebeding is een beding dat overeengekomen kan worden tussen een werkgever en een werknemer. Een concurrentiebeding beperkt een werknemer in zijn vrijheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst ‘op zekere wijze’ werkzaam te zijn, bijvoorbeeld in een soortgelijke functie bij een concurrent. Een concurrentiebeding is volgens artikel 7:653 BW in principe geldig indien:

  • de arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd; en
  • de werkgever dit beding schriftelijk overeenkomt met een meerderjarige werknemer.

Een concurrentiebeding mag een werknemer beperken in zijn vrijheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op een bepaalde wijze werkzaam te zijn bij een andere werkgever of als zelfstandige. Maar het beding mag een werknemer niet zodanig beperken dat het voor hem onmogelijk wordt om bij een nieuwe werkgever aan de slag te gaan. Of een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk kan worden vernietigd, hangt af van alle omstandigheden van het geval.

Vaak vinden rechters het redelijk als een concurrentiebeding een werkingsduur heeft van één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. Hierdoor bestaat bij veel werkgevers en werknemers de gedachte dat een concurrentiebeding van langer dan één jaar onredelijk is of geen stand houdt bij de rechter. Die – niet altijd terechte – gedachte kan voor grote gevolgen zorgen. Indien een werknemer een concurrentiebeding schendt, dan kan hij namelijk schadeplichtig zijn richting de werkgever. Vaak is er ook nog een boeteclausule opgenomen, waardoor bij schending van het beding de boete hoog kan oplopen. Uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 25 januari 2018 blijkt maar weer dat het concurrentiebeding niet onderschat mag worden.

Geen makelaar voor twee jaar
In deze zaak was er sprake van een werknemer, een makelaar, die met zijn werkgever een concurrentiebeding overeenkwam. Het concurrentiebeding gold:

  • binnen twee jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst;
  • binnen een straal van 15 kilometer rondom de vestigingsplaats van de werkgever.

Na een dienstverband van tien jaar zegde hij zijn arbeidsovereenkomst op omdat hij bij een ander makelaarskantoor aan de slag wilde. Maar de werkgever hield de werknemer aan het concurrentiebeding. De werknemer vorderde opheffing of schorsing van het concurrentiebeding.

Volgens de werknemer was het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaan drukken toen hij de opstap maakte van assistent-makelaar naar makelaar . De werknemer vond dat hij onbillijk door het concurrentiebeding werd benadeeld in verhouding tot de belangen van zijn werkgever. Daarbij merkte de werknemer op dat het vak van makelaar sinds 2001 een vrij beroep is geworden. De overstap naar een ander makelaarskantoor was voor de werknemer van belang omdat hij bij het ander kantoor een aandelenbelang en medezeggenschap kon verkrijgen, wat niet mogelijk was bij de werkgever.

Volgens de werkgever waren er voor de werknemer voldoende mogelijkheden om buiten een straal van 15 kilometer te werken als makelaar. De werkgever had groot belang bij handhaving van het concurrentiebeding. De werknemer was een gewaardeerde medewerker en had zijn ambities bij werkgever kunnen waarmaken.

De rechter maakte korte metten met de standpunten van de werknemer. Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst lag het al in de lijn der verwachting van beide partijen dat de werknemer zich zou ontwikkelingen van assistent-makelaar tot makelaar. Het concurrentiebeding was dan ook niet zwaarder gaan drukken op het moment dat de werknemer de opstap maakte. Verder was het van belang dat de werknemer beschikte over specifieke kennis in de regio, de concurrentie in de makelaardij moordend was en de werknemer op korte afstand van de werkgever wilde gaan werken.

De rechter was van oordeel dat, gelet op de afstand van 15 kilometer, er geen sprake was van een te zware belemmering van de werknemer om als makelaar werkzaam te zijn. Het belang van de werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding woog dan ook zwaarder dan het belang van de werknemer bij schorsing van het concurrentiebeding. De rechter wees de vorderingen van de werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten.

Conclusie
Of een concurrentiebeding te zwaar drukt en of een werknemer het concurrentiebeding schendt, hangt – zoals ook weer uit deze zaak blijkt – van veel omstandigheden af. Van tevoren is de uitkomst lastig te voorspellen, en het is dan ook aan te raden dat je een jurist raadpleegt als je in zo’n situatie terechtkomt.

Klik hier voor de uitspraak.

Wil je worden bijgestaan bij het opstellen van een concurrentiebeding? Zit je met een werknemer die mogelijk in strijd handelt met het concurrentiebeding? Of heb je vragen naar aanleiding van dit artikel of over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail saricanvanhees@legalmatters.com of telefonisch 088 – 628 388. Ik help je graag verder!

Posted in ,

Dianne Sarican

Mis niets meer, ontvang wekelijks het laatste juridische nieuws!

#4, Vakblad Aannemer, waarschuwingsplicht

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | april 30, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

Bruidspaar schrikt tijdens huwelijksdiner van schenken 0.0-bier

Bruidspaar schrikt tijdens huwelijksdiner van schenken 0.0-bier

Door Babette van de Venne | april 17, 2019

De uitbater van restaurant de IJ-kantine daagde een bruidspaar voor de rechter, omdat zij hun huwelijksdiner niet betaalden. Het restaurant verzorgde het hele huwelijksdiner voor het bruidspaar en haar tweehonderd gasten. Toch weigerde het bruidspaar de eindfactuur te betalen, omdat het restaurant haar afspraken uit de overeenkomst niet zou zijn nagekomen. Het paar vorderde daarom…

‘Er blijft weinig van de eerste etage van de woning over’ voldoende waarschuwing

‘Er blijft weinig over van de eerste etage’: voldoende waarschuwing?

Door Babette van de Venne | maart 4, 2019

Bij het uitvoeren van aannemingswerkzaamheden kan schade ontstaan. De opdrachtgever stelt zich in zo’n geval vaak op het standpunt dat er sprake is van wanprestatie, en houdt de aannemer aansprakelijk voor de schade. Aansprakelijk zijn voor schade vindt niemand prettig en zeker niet als de schade groot is. Daarom proberen aannemers hun aansprakelijkheid vaak contractueel…

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen een waardevolle toevoeging

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen: een waardevolle toevoeging?

Door Babette van de Venne | januari 30, 2019

Anno 2019 is het geheimhouden van bedrijfsinformatie een stuk ingewikkelder en complexer dan voorheen. Werknemers stappen vaker over naar een andere werkgever of ze beginnen voor zichzelf. Het komt dan ook met enige regelmaat voor dat een (oud-)werknemer vertrouwelijke informatie kopieert en lekt aan die nieuwe werkgever of aan de concurrent. Daarnaast speelt de digitalisering…