Algemene voorwaarden en de annuleringsbepaling: wat kan er misgaan?

Als ondernemer weet je misschien wel dat consumenten meer bescherming genieten dan professionele partijen. Maar waarschijnlijk weet je niet dat je óók rekening moet houden met zogenaamde ‘oneerlijke bedingen’, zoals in sommige gevallen het annuleringsbeding. Doe je dit niet, kan dit leiden tot een onnodige kostenpost. Wat is het annuleringsbeding, en hoe zit dit precies?

Eerlijkheid duurt het langst
Bij het sluiten van een overeenkomst met een consument zijn vaak algemene voorwaarden van toepassing. Voor algemene voorwaarden geldt dat deze niet ‘onredelijk bezwarend’ mogen zijn. Onredelijk bezwarende bedingen zijn bijvoorbeeld bepalingen die de aansprakelijkheid in consumentenovereenkomsten uitsluiten. Dergelijke bepalingen staan op de zogeheten ‘zwarte lijst’ in het Burgerlijk Wetboek.

Maar naast de vraag of een bepaling niet onredelijk bezwarend is, moet je ook rekening houden met de vraag of een bepaling, in de overeenkomst zelf of in de algemene voorwaarden, niet oneerlijk is. Dit kan worden bepaald aan de hand van de richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, Richtlijn 93/13/EEG. Een annuleringsbeding kan worden gezien als een oneerlijk beding.

Een oneerlijk beding is in ieder geval het annuleringsbeding waarbij de consument 100% van de prijs – dus de gehele prijs – verschuldigd is bij annuleren,  terwijl je de prestatie niet hebt geleverd en er ook nog geen substantiële kosten zijn gemaakt. Bij het opstellen van je annuleringsbeding  moet je hier dus rekening mee houden.

De zaak: school vs. student
Onlangs, op 27 oktober 2017, heeft de Hoge Raad een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag bevestigd en zich uitgelaten over het annuleringsbeding.  Wat speelde er?

TIO, een particuliere onderwijsinstelling, is met een student vanaf september 2012 een studieovereenkomst aangegaan voor de opleiding hotelmanagement, studiejaar 2012/2013. Op de studieovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van TIO van toepassing.

In de algemene voorwaarden staat in het annuleringsbeding dat bij annulering ná 31 augustus 2012 de student evengoed 100% van het cursusgeld moet betalen. Het artikel vermeldt verder dat tussentijdse beëindiging niet leidt, ongeacht de reden ervan, tot restitutie van het door de student verschuldigde bedrag of tot het vervallen van de betaalplicht daarvan.

In september 2012 is de student met de opleiding begonnen, maar de vader van de student heeft TIO op  1 december 2012 een brief gestuurd, waarin staat dat zijn zoon vanwege zijn psychische gesteldheid de opleiding moet beëindigen. De vader heeft TIO vanwege de gezondheid van zijn zoon gevraagd om een financiële oplossing voor de bedragen die al betaald waren.  De zoon heeft namelijk op dat moment al zo’n 95% van het totaalbedrag betaald.

TIO heeft enerzijds de opzegging van de studieovereenkomst bevestigd, maar anderzijds aangegeven dat zij niet van de algemene voorwaarden kan afwijken, mede vanwege precedentwerking. Hierna heeft een rechtszaak plaatsgevonden: TIO vorderde het resterende cursusgeld, de student terugbetaling van een deel van het cursusgeld.  De student heeft de studie immers gevolgd voor slechts drie maanden, maar wel zo’n 95% van het gehele cursusgeld betaald.

Wat vindt de rechter?
De Kantonrechter en het Hof oordelen dat hier sprake is van een onredelijk bezwarend en daarmee oneerlijk annuleringsbeding. Het criterium hierbij is of het annuleringsbeding ten nadele van de consument een “aanzienlijke verstoring van het evenwicht veroorzaakt”.

De studieovereenkomst is een overeenkomst van opdracht. De wet bepaalt dat de opdrachtgever te allen tijde kan opzeggen. Bij opzegging bepaalt de wet verder dat de opdrachtnemer recht heeft op een ‘redelijk loon’. Van deze bepalingen kan niet ten nadele van de consument worden afgeweken. Nu TIO volgens de algemene voorwaarden bij opzegging in alle gevallen recht heeft op het volledige loon – in dit geval cursusgeld – is er geen reële mogelijkheid tot opzegging. Dit leidt ertoe dat het annuleringsbeding in strijd is met de wettelijke bepalingen van de overeenkomst van opdracht. Het annuleringsbeding is derhalve op grond van de wet onredelijk bezwarend en daarom oneerlijk in de zin van de Richtlijn. Het Hof vernietigt het annuleringsbeding.

Het Hof heeft het redelijk loon van TIO bepaald op de tijd tussen het moment dat de cursus aanving en de opzegging op 1 december 2012, een periode van drie maanden. Dit bedrag mocht TIO houden, het resterende bedrag moest zij terugbetalen aan de student.

Tips opstellen annuleringsbeding
De kosten van TIO in deze zaak zijn veel hoger, nu zij ook de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten moet betalen. Hieronder valt een bedrag van € 2.844,- aan salariskosten van de gemachtigde van de student.

Bij een eventuele  rechtszaak moet een rechter ambtshalve toetsen of een artikel in de overeenkomst of de algemene voorwaarden in overeenstemming is met de Richtlijn. Wil je voorkomen dat jij een onredelijk bezwarend en oneerlijk beding opstelt? Neem dan de volgende vier tips ter harte:

  • het is niet toegestaan om in een overeenkomst met consumenten bij annulering van de overeenkomst van de consument 100% betaling te verlangen indien:
    • de prestatie nog niet is geleverd, of
    • niet in een redelijke verhouding staat tot de reeds gemaakte kosten of reeds geleverde prestatie;
  • maak een inschatting van de hoogte van de kosten voor de prestatie die je aan de consument moet leveren en wanneer je deze kosten maakt;
  • maak ook een inschatting in hoeverre je de kosten nog kan vermijden als de consument annuleert;
  • stel het annuleringsbeding op met bovengenoemde inschattingen in je achterhoofd.

Heb je vragen over het annuleringsbeding? Of over andere juridische zaken? Neem dan contact met mij op per e-mail salome@legalmatters.com of telefonisch 088 – 6288 388. Ik help je graag verder!

mr. L. Salomé, jurist civiel recht

Posted in ,

Lennert Salome

Wekelijks op de hoogte blijven van juridisch nieuws?

Opletten met overwerk wijziging WML!

Opletten met overwerk: wijziging WML!

Door Charlotte van Eeden | april 18, 2018

Per 1 januari 2018 wijzigde de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Vorig jaar is de leeftijd waarop een werknemer recht heeft op het wettelijk minimumloon al aangepast van 23 jaar naar 22 jaar. Nu schrijft de wet andere regels voor met betrekking tot minimumloon en de vakantietoeslag bij overwerk. Wat veranderde er? Voor de wijziging…

Werknemer installeert bitcoinmachine en wordt ontslagen mag dat

Werknemer installeert stiekem een bitcoinmachine en wordt ontslagen: mag dat?

Door Charlotte van Eeden | maart 31, 2018

Onlangs schreven wij al een artikel over het investeren in bitcoins, en wat hierbij mis kan gaan. Nu bespreken wij een andere situatie: een werknemer installeerde voor het minen van bitcoins stiekem een machine op kantoor. Deze werknemer is op staande voet ontslagen. Is dit terecht? De feiten op een rij De werknemer werkte sinds…

#3, Vakblad Aannemer, Schade aan bedrijfseigendommen.LegalMatters

Schade aan bedrijfseigendommen

Door Charlotte van Eeden | maart 29, 2018

Werknemers bezitten vaak bedrijfseigendommen, zoals een bus vol gereedschap of een laptop. Maar wie betaalt als er als hier schade aan ontstaat? Onze jurist Charlotte van Eeden legt tegenover Vakblad Aannemer uit hoe het precies zit.

Rechter legt ICI PARIS over de knie: werkneemster onterecht op staande voet ontslagen

Door Charlotte van Eeden | februari 28, 2018

Onlangs publiceerden wij een artikel over Kruidvat die een medewerkster op staande voet ontsloeg, omdat zij een gratis crème gebruikte. Dat de rechter het ontslag goedkeurde, bleek toch niet zo verrassend. Nu is weer een werkneemster ontslagen, dit keer van ICI PARIS XL. Zij gaf haar broer proefjes en gifts mee toen hij een parfum…